Zo, wat een middag zeg.
Was het thuiskomen? Nee, dat gevoel had ik aanvankelijk zeker niet. Althans dat voelt toch anders, thuiskomen. Heb ik het naar m’n zin gehad? Zeker en vast! Denk ik dat de anderen het naar hun zin hebben gehad? Zeker en vast! Dat meen ik te hebben afgelezen aan de gezichten van eenieder. Ik heb de omhelzingen en hugs niet geteld. Ik heb er veel gezien. Meer dan anders? Ik tel ze nooit, maar het valt me ook nooit op. Dus denk ik beslist meer dan anders. Thuiskomen gaat voor mij meestal wel gepaard met een hug en een kus. Dus denk ik bij nader inzien dat het eigenlijk wel een thuiskommertje is geweest voor de meesten.
Het was een thuiswedstrijd voor de mannen van het eerste. Tegen Eemland. Een thuiswedstrijd met een tegenstander waar we van zouden moeten winnen. De nummers 2 (wij dus) en 5 in de ranglijst. Net 2 wedstrijden op rij verloren. En met de bekende 3e helft in het vooruitzicht en met het publiek als 16e man. Dat zou moeten lukken.
Ik kreeg ook het gevoel dat het allemaal vrienden waren. Sommige vrienden had ik lang niet gezien en/of gesproken. Er werd slap geluld en misschien ook wel diepzinnig van gedachten gewisseld. Ik zag Gooiers: jasje dasje Gooiers en vestje petje Gooiers, truien Gooiers en jack Gooiers. Een inclusieve Rugbyclub ’t Gooi.
En al die vrienden waren te druk met elkaar om dat voordeel van de 16e man te geven. Het leek ook wel alsof de 3e helft ook al in het veld was ingezet. Dus dat voordeel werd een nadeel. En dat nadeel werd niet bepaald Cruijffiaans opgelost. De wedstrijd eindigde in het voordeel van Eemland. Da’s niet leuk thuiskomen.
Maar dan is t Gooi weer t Gooi. Wedstrijd dan wel niet in de pocket, maar dat varkentje wassen we wel. Job had daar op voorgesorteerd, want had het varkentje voorgekookt en inmiddels had dat beestje al heel wat rondjes aan het spit achter en voor de rug. En dat voelt dan weer echt als thuiskomen. Na de sportieve arbeid een warme maaltijd. Dat kon een croquetje van Salenteijn zijn, een tosti van Mark, balletje of burger van Tom. Of een ‘wie wil er nassi, wie wil er bami, vingers omhoog van Jan Eijckelhoff’. En dan nu dus het varkentje van Job. Ja dat voelt weer als thuiskomen. Biertje d’r bij. Desnoods een wijntje. Of een 0letje. Rugby-gastronomisch-technisch gezien TOP.

En als ‘t op is, is ‘t op.
Ook de Club van 100 had hier goed op ingespeeld. De digitale kaart in de vorm van muntjes en het speldje dat je gestempeld had. Prima. Daar krijg je het thuisgevoel van.
Tip voor de Cv100 is wel om dat digitale systeem inflatie-en geografisch-bestendig te maken. Het viel mij op dat ik voor mijn drankjes binnen 50% minder muntjes digitaal moest afrekenen dan 20 meter verder buiten. Maar dat zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het de diversiteit in het aanbod. De vraag is of de markt dit wil.
Ja, wat mij betreft was het een geslaagde middag die je best de naam van Homecoming’ mag meegeven. Dank aan allen die dit hebben gerealiseerd.
De Heer van Weleer
