Menu

Jaren 1923-1933

Rugby in Nederland (1932)

Door Bob de Jonge

Op 27 december 1932 was de Nederlandse Rugby Bond – opgericht op 1 oktober 1932 – krap 3 maanden oud. De Revue der Sporten bracht die dag een interview met de secretaris/penningmeester van de NRB, J.A.J. (Bob) de Jonge. Die zou later bondsvoorzitter, lid, voorzitter en erelid van RC ’t Gooi worden. Hij kreeg een hele pagina de ruimte om te vertellen hoe de zaken erbij stonden in rugbyminnend Nederland. En dat biedt ons nu een mooi inkijkje in het Nederlandse rugbywereldje van toen, zo’n 300 spelers groot! Hier volgt zijn verhaal, compleet en in de spelling van 1932.

RUGBY IN NEDERLAND

MISKENDE SPORT MET TOEKOMST

NED. RUGBY BOND OP DE BRES!

De Nederlandsche Rugbybond, die zich onlangs heeft geconstitueerd, met de bedoeling de rugbysport in Nederland te organiseeren en te bevorderen, heeft tot bestuur: H. v. Booven, Voorzitter; B. de Jonge, Secretaris/penningmeester; ir. G. Thal Larsen, H. Pabbruwe en C. de Kreek, Commissarissen, terwijl reeds bij haar zijn aangesloten 6 clubs, t.w. Delftsche Studenten R.C., R.C. Eindhoven, Hilversum, Amsterdam, Haarlem en Amst. Athl. Club.

Demo-wedstrijd ARVC-Rapid ´04 6-3 op 2e kerstdag 1932 te Bussum. Revue der Sporten, 27-12-1932.

Wij hebben ons over doelstelling en werkprogram van den nieuwen Bond eens laten voorlichten door den actieven bestuurder dhr. de Jonge. De taak van den N.R.B. is als volgt omschreven:

1. Het bevorderen van de Rugby in Nederland;

2. Het tot stand brengen van een betere samenwerking tusschen de vereenigingen;

3. Het regelen van internationale wedstrijden;

4. Het toezicht houden op het binnenlandsch wedstrijdprogramma.

Revue der Sporten, 3 november 1930

De grootste hinderpaal, die nog te overwinnen is, moet wel het vooroordeel tegen rugby genoemd worden, al dient hierbij dadelijk aangeteekend te worden, dat de begrippen en denkbeelden over sportiviteit en „fair play” de laatste jaren sterk zijn geëvolueerd en wel ten gunste van die steeds met „ruw” betitelde sporten, waarvan rugby er één is. Er is voor rugby echter veel bedorven door het Amerikaansche football, een werkelijk ruwe sport, die echter niets te maken heeft met het spel, dat bij ons als rugby wordt beoefend. Door de bioscopen en sensatiezuchtige, geïllustreerde bladen wordt vaak den nadruk gelegd op het Amerikaansche voetbal. Zooveel mogelijk wordt het ruwe en gevaarlijke naar voren gebracht. Een walgelijk soort reportage, die iederen rechtgeaarden sportsman tegen zal staan.

Rugby, zooals de N.R.B. beoefent, heeft niets, maar dan ook niets met het Amerikaansche sensatiespel gemeen. Letterlijk alleen de goalpalen zijn gelijk. De bedoeling en de regels van het spel zijn geheel andere. Dat „gevaar” bij rugby bestaat eigenlijk alleen maar in de verbeelding van vele leeken, als men tenminste een gescheurd shirtje of een flinke bemoddering als gevaarlijk wil beschouwen. In al den tijd, dat rugby in ons land wordt gespeeld, en dat is reeds sinds 1916, is er één, zegge 1, geval van beenbreuk voorgekomen. Zooals men weet, is het breken van beenen bij het toch veel meer in de gratie van het „kalme” publiek staande voetbal een nogal eens voorkomend ongeval.

Wat de kansen voor rugby in ons land betreft, die zijn zéér gunstig. De Nederlandsche sportsman heeft juist in hooge mate die eigenschappen, die voor een hoogstaande beoefening van rugby onontbeerlijk zijn. Als daar zijn: Zware bouw, sportieve geest, kracht en uithoudingsvermogen. Het gemiddelde temperament van den Hollander, hij is niet al te opvliegend, maakt hem bij uitstek geschikt voor deze sport, die hooge eischen stelt aan karakter en intellect. Het is dan ook geen sport voor zwakkelingen; ze wordt even zwaar genoemd als waterpolo. Rugby is veel zwaarder dan voetbal en vereischt een all-round vaardigheid.

Goede velden nodig voor rugby in ons land (26 oktober 1921, Sport Illustratie).

Een probleem in ons land, vooral voor de laaggelegen streken, zijn de terreinen. Een rugby-wedstrijd vraagt een veel harder terrein als b.v. voetbal en harde terreinen zijn in vele streken, w.o. ook Amsterdam, dun gezaaid. Dat heeft tot gevolg, dat door het spelen op slappe terreinen, de velden als het ware „omgeploegd” worden. Begrijpelijk is het dan ook, dat voetbalclubbesturen hun terreinen in bepaalde omstandigheden ongaarne afstaan. Wil rugby in Nederland een hooger vlucht nemen, dan zal vooral gezorgd moeten worden voor een voldoend aantal geschikte speelvelden.

Met volle kracht wordt er in de Nederlandsche rugby wereld gewerkt om door uitbreiding van het aantal vereenigingen de beschikking te krijgen over de middelen, die tot verbetering van spelers en velden kunnen worden aangewend. Daartoe is reeds in verschillende plaatsen contact verkregen, Zoo b.v. in Den Haag, Leiden, Twente, Bilthoven, enz. In Duitschland ziet men in veel groote voetbalclubs rugbyafdeelingen oprichten. Het spel heeft bij onze Oostelijke buren ook reeds een hooge vlucht genomen. Het zou zeer aanbevelenswaard zijn voor oude en groote voetbalclubs in ons land ook de rugby-beoefening ter hand te nemen. Dat daarvoor bij de jeugd groote belangstelling bestaat, heeft de practijk reeds aangetoond. Er zijn thans reeds 300 spelers aangesloten bij den N.R.B.

Broodnoodig voor een goed verloop van wedstrijden zijn ook goede scheidsrechters. Daaraan is op ’t oogenblik nog gebrek, doch dit belangrijke punt heeft de volle aandacht van het N.R.B. bestuur. Er is voor den nieuwen Bond nog een berg werk te verzetten, maar wij zijn met haar van meening, dat „de velden wit zijn om te oogsten” en dat rugby in ons land toekomst heeft. Mits iedere jonge sporter, die over een groote dosis durf, snelheid en kracht beschikt en die zich tot het uiterste wil geven, zich vóór deze sport verklaart. En dat zullen ongetwijfeld zeer velen zijn. Men wende zich voor inlichtingen of adressen tot de „Revue der Sporten”, het officieel orgaan van den N.R.B.

Rugby Club ´t Gooi opgericht

Eén dag eerder, op 26 december 1932 (2e kerstdag), speelde het Amsterdamse ARVC op Sportpark Zuid in Bussum een demonstratiewedstrijd tegen Rapid ´04 uit Düsseldorf. De Duitsers wonnen met 6-3. Maar misschien nog wel belangrijker: deze wedstrijd was de aanleiding om een kleine drie weken later, op 14 januari 1933, in Bussum een rugbyclub op te richten: de Drafna Sport Club. Die club kennen we tegenwoordig als RC ´t Gooi.

Meer hierover lezen? Ga naar:

De wereld van januari 1933

Het Drafna-lyceum

De oprichters van RC ’t Gooi

Comments are closed.